Exposities

Het hele jaar door is De Coenen ook expositieruimte. De wanden in de Voorkamer en in de Tuinzaal worden gesierd door werk van kunstenaars uit eigen kring, maar die kring is buitengewoon groot. Het gaat in ieder geval vrijwel altijd om amateur-schilders en fotografen, die op de een of andere manier aan De Coenen gelieerd zijn. Het geëxposeerde werk is ook te koop en de kopers steunen indirect ook De Coenen, omdat 10% van de koopsom bestemd is voor de Coenenkas. Geheel in de geest van onze ontmoetingsplek zijn de prijzen overigens heel schappelijk.
De toegang is voor iedereen vrij tijdens de openingsuren: maandag t/m vrijdag van 10.30 tot 12.30 uur.

De huidige expositie toont nog tot 2 maart schilderijen van Gerard Paradies. Een mooie serie landschaps- en stadsgezichten, grotendeels tot stand gekomen op locatie gedurende de corona-lockdowns van 2020/2021. Een wandeling rondom De Coenen in schilderijvorm.

Gerard Paradies Schilderijen

Je zou hem een amateurschilder kunnen noemen, maar als het om beeld gaat is Gerard Paradies (Amsterdam 1941) allerminst een amateur. Na school leek met zijn tekentalent een carrière in de kunst een goede optie. Hij stapte dan ook met zijn tekeningen naar de Rijksacademie, praktisch aan de overkant van zijn ouderlijk huis. Maar gezien de magere financiële vooruitzichten koos hij alsnog voor de Grafische School. Het werd de basis  voor een carrière die in pre-computertijd vaak meer met werktekenen dan met tekenen te maken had, maar zich daarna in rap tempo verbreedde in de snel groeiende reclamebranche. In het kort: alles tussen kleurenillustraties voor Elsevier ’s encyclopedie, folders en uiteindelijk een specialisatie in computermailings voor magazines en vele verzekeringsmaatschappijen. Het was de begin- en glorietijd van de gepersonaliseerde massamailings. Een boeiend maar ook behoorlijk slopend leven voor (in zijn eigen woorden) een stressverslaafde. Hij was 58 toen hij zichzelf – met burn-out – pensioneerde.

Portretten
Zijn drukke werk had hem intussen niet verhinderd om zich op verschillende manieren met kunst bezig te houden. Zo bracht zijn fascinatie voor Japan hem naar dat land, waar hij uitvoerig de kunst afkeek van de kalligrafie en het drukken van houtsneden. ‘Uitvoerig’ betekende overigens ook een (18-)jarenlange studie Japans.
Hij bleef zijn hele leven tekenen, maar had nog nooit met olieverf geschilderd. Een jaar of 11 geleden maakte Len Castelein het hem mogelijk om twee a driemaal per week een portret in olieverf te schilderen – in 90 minuten naar levend model – in verschillende ‘Huizen van de wijk’. Hij schilderde er ruim zes- tot zevenhonderd portretten, die voor twee derde hun weg vonden naar de modellen, meestal voor kostprijs of voor niks. Het ging hem om de bezigheid, de vlotheid van het treffen van karakter en eigenheid.

Nieuwe onderwerpen
In 2020 was het over. Door corona stopte het groepje van Len. Op zoek naar nieuwe onderwerpen kwam hij terecht bij het landschap, aanvankelijk in de omgeving van Amsterdam. Maar gaandeweg realiseerde hij zich dat veel dichterbij, rondom zijn huis, de onderwerpen voor het oprapen lagen. Gewapend met rollator en veldezel trok hij de buurt in. Dat leverde hem naast een weelde aan onderwerpen ook een hele rits plezierige contacten op van geïnteresseerde voorbijgangers. Ondanks alle zwarigheden werd zo de pandemie de bron van de fraaie reeks schilderijen die nu in De Coenen te zien en te koop zijn.
Een passender plek is nauwelijks denkbaar!